Legendes en werkelijkheid
Het is een bekend verschijnsel dat legendes na verloop van tijd meer apocrief dan feitelijk worden. Dat geldt ook voor het verhaal rond David Marshall Williams, beter bekend als “Carbine” Williams. Hij wordt vaak gecrediteerd als de man die tijdens de Tweede Wereldoorlog de M1-karabijn zou hebben uitgevonden. Die bewering houdt historisch geen stand.
De legende werd vooral versterkt door een Hollywoodfilm uit de jaren vijftig, waarin wordt gesuggereerd dat Williams de M1-karabijn ontwierp met behulp van schroot en oude machines terwijl hij in de jaren twintig een gevangenisstraf uitzat in het zuiden van de Verenigde Staten. Dat verhaal is aantrekkelijk, maar onjuist maar bevat wel een kern van waarheid.
Vroege jaren en veroordeling
David Marshall Williams werd geboren op 13 november 1900 in Godwin, North Carolina. Binnen zijn familie en vriendenkring stond hij bekend als “Marsh”. Hij verliet de school na de achtste klas, werkte korte tijd op de familieboerderij en vond vervolgens werk bij een smederij. Daar ontwikkelde hij zijn interesse in metaalbewerking en machines.
Williams nam dienst bij de Amerikaanse marine, maar werd ontslagen toen bleek dat hij zijn leeftijd verkeerd had opgegeven en te jong was om te dienen. Na zijn ontslag volgde hij kort onderwijs aan de Blackstone Military Academy in Virginia, totdat hij ook daar werd weggestuurd. Hij keerde terug naar North Carolina, trouwde en kreeg een kind.
Om in zijn onderhoud te voorzien exploiteerde hij een illegale distilleerketel. In 1921 leidde een inval van lokale wetshandhavers tot een schietincident waarbij plaatsvervangend sheriff Alfred J. Pate om het leven kwam. Williams werd aangeklaagd wegens moord met voorbedachten rade. Het proces eindigde met een verdeelde jury.
Om een nieuw proces en een mogelijke zware veroordeling te vermijden, pleitte Williams schuldig aan een lichtere aanklacht. Hij werd veroordeeld tot twintig tot dertig jaar gevangenisstraf en opgesloten in de Caledonia State Prison Farm in Halifax County, North Carolina.
Ontwikkeling in gevangenschap
Tijdens zijn gevangenschap bracht Williams talloze uren door met het tekenen van vuurwapenmechanismen. Nadat hij het vertrouwen had gewonnen van gevangenisdirecteur H.T. Peoples, kreeg hij toegang tot de werkplaats. Daar repareerde en onderhield hij apparatuur en werkte hij verder aan zijn technische ideeën.
Familie en vrienden begonnen een campagne om zijn straf te laten verminderen. Dat bleek succesvol. In 1929 werd zijn straf omgezet in voorwaardelijke vrijlating en in 1931 kwam hij volledig vrij.
Terug thuis werkte Williams verder aan zijn ontwerpen. Zijn belangrijkste technische bijdrage uit deze periode was de ontwikkeling van de korte-slag-gaszuiger. Enkele jaren later achtte hij zijn plannen rijp genoeg om ze aan het Ministerie van Oorlog te presenteren.
Williams en Winchester
Williams’ talent bleef niet onopgemerkt. Hij trok de aandacht van Winchester Repeating Arms Company, destijds een van de grootste vuurwapenfabrikanten van het land.
De persoonlijke dossiers van Edwin Pugsley, de langstzittende topman van Winchester, bevatten uitgebreide informatie over Williams. Generaal Julian Hatcher van het Ordnance Department bracht Williams in 1938 onder Pugsleys aandacht en noemde hem een uitzonderlijk natuurlijk talent. Hatcher was vooral onder de indruk van Williams’ aanpassingen aan het Browning-machinegeweer voor gebruik met .22 Long Rifle-munitie.
Na ontmoetingen in Washington en in de Winchester-fabriek werd Williams uiteindelijk in dienst genomen. Dat proces verliep moeizaam. Pugsley twijfelde of Williams binnen een bedrijfsorganisatie zou passen, terwijl Williams terughoudend stond tegenover langdurige verplichtingen. Uiteindelijk trad hij op 1 juli 1939 in dienst met een contract van één jaar.
Het M2-project en de gaszuiger
Een van Williams’ eerste opdrachten was het verbeteren van het Winchester M2 Military Rifle, een semiautomatisch geweer waaraan Ed Browning had gewerkt. Het wapen functioneerde niet betrouwbaar. Williams stelde vast dat het probleem lag bij de ringvormige gaszuiger rond de loop.
Hij verving dit systeem door zijn gepatenteerde korte-slag-gaszuiger. Die wijziging bleek succesvol. Het aangepaste geweer werd getest onder de aanduiding G30M en toonde aan dat het korte-slag-principe technisch deugdelijk was, ook al was het wapen nog niet volledig storingsvrij.
Hoewel Winchester hoopte dat het M2-geweer de M1 Garand zou kunnen vervangen, verdwenen de kinderziekten van de Garand en bleef die het standaardgeweer van het Amerikaanse leger.
Het Light Rifle Program
In dezelfde periode kondigde het Ordnance Department een programma aan voor een licht geweer van maximaal 2,27 kilogram, bedoeld als vervanging voor het pistool en het Thompson-machinepistool. Winchester wilde aanvankelijk niet deelnemen vanwege de drukke Garand-productie.
Kolonel Rene Studler van het Ordnance Department drong echter persoonlijk aan. Onder zijn druk besloot Winchester alsnog deel te nemen, maar had slechts dertien dagen om een prototype te bouwen.
Het ontwerpteam koos voor een verkleinde afgeleide van het M2-geweer, uitgerust met Williams’ korte-slag-gaszuiger. Onder enorme tijdsdruk werd een werkend prototype gebouwd
Winchester’s Edwin Pugsley, afgebeeld terwijl hij het prototype van de M1-karabijn inspecteert welke in slechts 13 dagen door het ontwerpteam van het bedrijf was gefabriceerd.
Conflict en verwijdering
In deze fase verslechterde de relatie tussen Williams en Winchester ernstig. Williams maakte herhaaldelijk duidelijk dat hij geen verantwoordelijkheid wilde dragen voor het Light Rifle Program en dat zijn naam er niet aan verbonden mocht worden. Hij vreesde dat Winchester zijn uitvinding zou toe-eigenen.
Pugsley besloot het ontwerp zonder Williams voort te zetten. Williams werd van het project gehaald en werkte aan een eigen alternatief ontwerp, dat hij eind 1941 voltooide.
Volgens Pugsley was dat ontwerp technisch superieur aan het aangenomen wapen, maar het kwam te laat om nog door de Ordnance Board te worden overwogen.
Aanname van de M1-karabijn
Het Winchester-ontwerpteam voltooide het verbeterde prototype op tijd. De inzending won het Light Rifle Program en op 1 oktober 1941 werd het wapen officieel aangenomen als de M1-karabijn.
De M1-karabijn was het resultaat van collectief ontwerpwerk binnen Winchester, onder leiding van ingenieurs als Roemer en Humeston, en niet van één individuele uitvinder..
Hollywood en nalatenschap
Na de oorlog bleef de relatie tussen Williams en Winchester gespannen. Uiteindelijk vertrok hij definitief. Kort daarna ontdekte Hollywood zijn levensverhaal. In 1952 verscheen de film Carbine Williams, met James Stewart in de hoofdrol. De film vestigde definitief de mythe dat Williams de M1-karabijn had uitgevonden.
Williams werkte later nog als adviseur voor verschillende fabrikanten, ging met pensioen en bracht zijn laatste jaren door in North Carolina. Hij overleed op 8 januari 1975, 74 jaar oud.
Conclusie
De M1-karabijn is in hoge mate een product van de Winchester-organisatie. De korte-slag-gaszuiger van David Marshall Williams is een essentieel technisch element, maar hij heeft het wapen niet uitgevonden.
Dat doet niets af aan zijn talent. Williams was een uitzonderlijk begaafd vuurwapenontwerper met een turbulent karakter. Zijn levensverhaal is indrukwekkend, maar verdient een eerlijke weergave. De werkelijkheid is minder heroïsch dan de legende, maar historisch correct en daarmee waardevoller.
