De patroontrekker grijpt de rand van de patroonhuls en trekt deze uit de kamer wanneer de afsluiter naar achteren beweegt. Tijdens de productie werden drie typen patroontrekkers toegepast.
Type 1
De Type 1 patroontrekker is het oorspronkelijke ontwerp en maakt gebruik van een V vormige inkeping aan de achterzijde. Deze werkt samen met de kegelvormige patroontrekkerplunjer om de patroontrekker in de afsluiter op zijn plaats te houden. Dit ontwerp bleek echter onvoldoende betrouwbaar, waardoor de patroontrekker tijdens het afvuren uit de afsluiter kon springen en het wapen onbruikbaar werd.
Type 2
Type 2 patroontrekkers zijn gemodificeerde Type 1 patroontrekkers die zijn aangepast naar de Type 3 configuratie met een vlakke inkeping. Na modificatie is dit vlak dunner dan bij nieuw geproduceerde Type 3 patroontrekkers.
Type 3
De Type 3 patroontrekker is gefabriceerd volgens het nieuwe ontwerp met een vlakke inkeping. Het verschil in vorm en dikte van dit vlak ten opzichte van Type 2 is duidelijk zichtbaar. Deze ontwerpwijziging werd in februari 1943 doorgevoerd en loste het probleem van uitvallende patroontrekkers definitief op.
De PatroontrekkerPlunjer
Er bestaan twee basisvormen patroontrekkerplunjers, een volledig kegelvormige uitvoering en een kegelvormige uitvoering met een vlak geslepen zijde. De patroontrekkerplunjer wordt door de patroontrekkerveer aangedrukt en houdt de patroontrekker op zijn plaats in de afsluiter.
Type 1
De Type 1 plunjer is volledig kegelvormig en heeft aan de punt een afgeronde of scherpe vorm. Plunjers met een afgeronde punt zijn vermoedelijk ouder dan die met een scherpe punt. Er zijn echter geen gegevens beschikbaar die dit definitief bevestigen en het verschil kan ook samenhangen met variaties tussen fabrikanten.
Type 2
De Type 2 plunjer heeft één vlak geslepen zijde aan de kegel. Deze wijziging was bedoeld om te voorkomen dat de patroontrekker uit de afsluiter kon springen.
Type 1 patroontrekkerplunjers worden uitsluitend gebruikt in combinatie met Type 1 patroontrekkers.
Type 2 patroontrekkerplunjers worden gebruikt in combinatie met Type 2 of Type 3 patroontrekkers.
De Patroontrekkerplunjerveer
De patroontrekkerplunjerveer is een spiraalveer met een lengte van 9,65 millimeter en een diameter van 3,18 millimeter. De veer heeft 10 windingen, is aan beide uiteinden vlak geslepen, blank afgewerkt en bleef gedurende de gehele productie ongewijzigd.
Waarschuwing :
Verwissel deze veer niet met de frictieveer van de sledestop. Hoewel beide veren sterk op elkaar lijken, zijn zij niet onderling uitwisselbaar. De frictieveer is korter en heeft slechts zeven of acht windingen. Gebruik van deze veer bij de patroontrekkerplunjer kan leiden tot een onbetrouwbare werking van de patroontrekker.