Het Trekkerhuis

Het Trekker huis

Het eerste trekker huis dat werd gebruikt met een M1 karabijn was een aangepast trekker huis van een Winchester M1907, deze werd gebruikt in Winchester’s eerste prototype-inzending voor het US Light Rifle Program in augustus 1941. Het eerste ontwerp werd verder aangepast voor Winchester’s tweede prototype, dat op 30 september 1941 werd aangenomen als de M1 karabijn.

In de maanden na de goedkeuring van het Winchester-ontwerp produceerden zowel Inland als Winchester een aantal variaties van trekker huizen en andere onderdelen als prototypes voor het testen. Aangezien deze behuizingen prototypes waren en niet werden gebruikt tijdens de productie, worden ze hier niet in detail behandeld.

Het trekker huis bevat de trekker, het mechanisme, de hamer en alle andere onderdelen van de trekke groep, inclusief de veiligheidspal en de magazijnhouder. Hoewel deze trekke huizen zijn genummerd van I tot VI, werden sommige typen gelijktijdig geproduceerd en gebruikt.

Vijf van de zes typen trekke huizen werden vervaardigd uit een massief stalen blok en verschilden slechts minimaal van elkaar. Typen III, V en VI waren bijvoorbeeld identiek gefreesd. Het verschil lag in een klein gat dat later tijdens de productie werd toegevoegd (type V) en/of de uitsparingen die nodig waren voor een selectievuurmechanisme (type VI). Deze verschillen worden hieronder in detail besproken. Het type IV trekker huis was uniek en eenvoudig te herkennen doordat het was gemaakt van gestempelde stalen platen die aan elkaar zijn gesoldeerd.

Alle zes de varianten kunnen worden gebruikt op elke M1 en/of M1A1 karabijn, ongeacht de fabrikant of het productiejaar. De M2 Karabijn en andere modellen die waren omgebouwd voor selectievuur vereisten het type VI trekker huis of een eerdere versie die is aangepast voor het selectievuurmechanisme.

Geen van de hoofdaannemers of hun onderaannemers produceerde en gebruikte alle zes typen trekke huizen. Underwood was het enige bedrijf dat de typen I-IV produceerde en gebruikte. De Saginaw-fabriek van Saginaw Steering Gear produceerde en gebruikte alleen het type III trekker huis. IBM gebruikte uitsluitend het type IV trekker huis. De typen V en VI werden alleen geproduceerd door Winchester, Inland en Springfield Armory, omdat de andere bedrijven al waren gestopt met de productie van de M1 karabijn toen het type V trekker huis werd geïntroduceerd.

Omdat alle bedrijven werkten in opdracht van het U.S. Army Ordnance, was het gebruikelijk dat, wanneer de voorraad van een bepaald onderdeel bij een aannemer opraakte, een ander bedrijf onderdelen uit hun voorraad leverde om de productie draaiende te houden. Dit proces, bekend als “integratie,” was vrij gebruikelijk en werd soms gedocumenteerd, maar niet altijd.

Type 1

Dit type trekker huis werd vervaardigd door middel van matrijssmeden en vervolgens gefreesd tot een afgewerkt trekker huis. De eenvoudigste manier om de type 1 trekker huis te identificeren, is door de afgeschuinde hoeken aan de achterkant van de bevestiging nok, en de onder een hoek gefreesde gleuf aan de voorkant van het trekker huis en de smalle achterwand van de magazijn invoeropening deze is 20,54 mm. Dit type is gemaakt door de volgende fabricanten : Inland, Winchester, Underwood, Rock Ola en National Postal Meter.

Type 2

Dit type trekkerhuis is vrijwel identiek aan dat van type 1. Het enige verschil is dat de gefreesde gleuf aan de voorkant ontbreekt, waardoor dit deel nu gelijk ligt met het vooroppervlak. Bij sommige fabrikanten is de achterwand van de magazijninvoeropening al verbreed tot 24,55 mm. De afgeschuinde hoeken aan de achterkant van de bevestigingsnok zijn ongewijzigd gebleven. Dit type komt dus zowel voor met een smalle als met een brede achterwand van de magazijninvoeropening. Het is geproduceerd door de volgende fabrikanten: Inland, Winchester, Underwood, Rock-Ola, Quality Hardware, Irwin-Pedersen, Saginaw S’G’ en National Postal Meter.

Type 3

Dit type is identiek aan type 2 en is eveneens gesmeed en daarna machinaal bewerkt. De afgeschuinde hoeken aan de achterkant van de bevestigingsnok zijn echter weggelaten, waardoor de nok nu een vierkante vorm heeft. De achterkant van de magazijninvoeropening is 24,55 mm. Dit type is geproduceerd door de volgende fabrikanten: Inland, Winchester, Underwood, Quality Hardware, Saginaw S’G’, Saginaw Gear en Standard Products.

Type 4

Dit type werd geproduceerd in secties of lagen, gestanst uit plaatstaal en aan elkaar gesoldeerd, daarna werd het trekker huis machinaal is bewerkt en vervolgens door een hitte behandeling werd het oppervlakte gehard. Opvallend zijn de naden en messingkleurige lijnen die in de lengte lopen op de plekken waar de stalen secties zijn samengevoegd. Underwood speelde een cruciale rol bij de ontwikkeling van dit gestanste / gesoldeerde trekker huis, op 22 mei 1943 werd het type 4 trekker huis geïntroduceerd en geproduceerd door de volgende fabrikanten Underwood, Rock-Ola, Quality Hardware, National Postal Meter en IBM.

Type 5

Dit type verschilt van het type 3 door een oliegaatje dat aan de linkerkant is geboord, ter hoogte van de veer van de magazijn pal. Dit olie- of afvoergaatje is zichtbaar aan de linkerkant, achter de magazijn pal. Deze late aanpassing komt uitsluitend voor bij trekker huizen van Inland en Winchester.

Type 6

Dit type trekker huis lijkt sterk op het type 5, maar heeft enkele aanpassingen om de onderdelen van het selectief-vuurmechanisme te kunnen plaatsen. Aan de rechterkant van de achterwand, achter de magazijnschacht, is materiaal weggehaald om ruimte te maken voor de ontkoppelingshefboom. Aan de linkerkant is een groef aangebracht om de veer van de vuurselectiehendel op zijn plaats te houden. Het gat in de rechternok van de trekker huis bevestiging is iets opgeboord om te voorkomen dat de pen van de ontkoppelingshefboom vastloopt. Het gebied onder de hamer is ongeveer 0,5 mm verder uitgefreesd. De type 6 trekker huizen werden tijdens de Tweede Wereldoorlog uitsluitend door Winchester en Inland geproduceerd en geïnstalleerd op de latere M1-karabijnen en alle M2-karabijnen.

Trekkerhuizen van Irwin-Pedersen en Saginaw S'G'

De machines waarover Irwin-Pedersen beschikte om trekkerhuizen te vervaardigen, gebruikten pennen om de werkstukken op te spannen. Daarom waren extra gaten of gedeeltelijke gaten nodig in de trekkerhuizen om deze te kunnen bewerken.
De meest logische plaats daarvoor lag tussen het gat van de trekkerpen en de achterkant van de behuizing. Een tweede mogelijke locatie bevindt zich direct achter de bevestiging van het trekkerhuis met de trekkerhuis pen. Daar ziet men vaak slechts een gedeeltelijk gat, meestal niet groter dan een kwart cirkel. Toen Saginaw Steering Gear de productie van de Irwin-Pedersen-fabriek in Grand Rapids overnam, nam het ook deze machines in gebruik. Omdat Saginaw al trekkerhuizen produceerde, komen er exemplaren voor zowel mét als zonder opspangaten.

De Trekker huis pen

Alle trekker huis pennen zijn ofwel geblauwd of geparkeriseerd en waren ongemerkt. De totale lengte van de trekker huis pen is 22,23 mm, de diameter van de kop is 5,08 mm en de diameter van de schacht is 4,5 mm.

Type 1

Deze trekker huis pen is voorzien van een veer die ervoor zorgt dat de pen bij het verwijderen van het trekker huis uit het grendelhuis in de rechterkant van het trekker huis blijft zitten.

De trekker huis nok van het afsluiter huis waarin deze pen wordt gebruikt, heeft aan de rechterkant een gefreesde uitsparing zodat de pen vrij van de nok kan komen tijdens demontage.

Type 2

Dit was een vereenvoudigd ontwerp dat de veer elimineerde. Hoewel de pen een losse pasvorm had, kon deze na montage niet uit de trekker huis vallen omdat de zijkanten van de kolf hem op zijn plaats hielden. Deze wijziging vond plaats begin 1943 en bespaarde aanzienlijk op de fabricagetijd en kosten. Dit type trekker huis pen is tegenwoordig bijna altijd degene die men tegenkomt vanwege voortdurende verbeteringen.